DKU lost het lerarentekort in Utrecht op

Dat zou voorpaginanieuws zijn, als we dat in een zaterdagmiddag konden doen. Utrecht Leert, een alliantie van Gemeente Utrecht en 23 regionale partijen binnen het onderwijs, stelde ons voor DenkLab 5 de vraag: hoe kunnen we jongeren die een vervolgopleiding kiezen, interesseren voor het onderwijs? Het doel van Utrecht Leert is om het lerarentekort in de regio Utrecht terug te dringen en om leraren te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Op die manier maken zij de onderwijssector zowel kwantitatief als kwalitatief sterker. Het lerarentekort is zo’n onderwerp waar iedereen wel eens over leest of over hoort van vrienden die in het onderwijs werken. Gevolg: bijna iedereen heeft er een idee of een mening over, we zijn immers allemaal naar school gegaan en herinneren ons onze eigen leraren nog goed. Dit DenkLab op 26 juni was een mooie kans om deze meningen en ideeën eens goed te structureren, aannames te testen en met elkaar tot nieuwe inzichten te komen. Want heel eerlijk, het lerarentekort los je echt niet op op een zaterdagmiddag, maar we hebben hopelijk een steentje bijgedragen.

De dag begon met het schrijven van de meest leuke, als de meest vreselijke vacaturetekst die je je kan inbeelden: water-naar-de-zee-drager, facebookaccountarchivaris op een computer die op windows95 werkt, kindsoldaatrecruiter… Het gaf inzichten in wat wij belangrijk vinden in een vacature, wanneer heb je interesse in een baan of vakgebied? Gaat dat over salaris? Over status? Over het nut van je baan, de impact die je maakt? En waarom hebben wij de baan gekozen die we nu hebben?

En hoe was dat vroeger, toen we ‘klein’ waren? Ook wij hebben allemaal voor de keuze van een vervolgopleiding gestaan en konden ons nog goed herinneren welke open dagen indruk hadden gemaakt en welke gastcolleges juist vooral niet. Ikzelf kwam ooit gedesillusioneerd terug van een gastcollege archeologie waarin een professor een half uur gepassioneerd over een tuinboon had gesproken die hij had opgegraven in Griekenland. Die ochtend realiseerde ik me dat ik niet de nieuwe Indiana Jones kon  worden en ik toch een andere keuze moest maken. En er zijn meer factoren die meespelen op zo’n essentieel keuzemoment: advies van ouders, de keuze van vrienden, de stad, het zoeken en vinden van een kamer, baanzekerheid… De gemene deler in ons keuzeproces: ga iets doen wat je leuk vindt, je kan altijd nog bijsturen, dus houd het ‘lekker’ breed. Het schijnt typisch te zijn voor ons millenials…

Nadat we onszelf bevroegen, was het na de lunch tijd om mensen uit het veld te bevragen. Iedere groep belde met een docent om te horen hoe het nu echt was om in het onderwijs te werken. Hoe was de opleiding, sluit die aan op je verwachtingen, op het werk. Waarom heb je voor dit beroep gekozen? Waarom doe je het nog steeds? Wat we te horen kregen was niet enkel rozengeur en maneschijn, maar er sprak een gedeelde factor in door: het werken als docent doe je om impact te maken en als dat lukt, dan voelt dat goed. En nu terug naar die jongere die kiest voor een vervolgopleiding. Hoe krijgen we hem of haar het onderwijs in?

In de afsluitende pitches kwamen tal van ideeën naar voren: het oprichten van een studentenpool die bestaande docenten kan ondersteunen en het voor de student mogelijk maakt om laagdrempelig kennis te maken met het vakgebied, een denktank van de gemeente om jongeren zelf na te laten denken over het onderwijs, leerlingen al op de middelbare school voor de klas zetten om ze te laten proeven, woningen en parkeerplekken in de stad voor beginnende docenten, een informatielijn voor zij-instromers en de mogelijkheid om een dagje mee te lopen.

Samengevat: wees eerlijk over wat een student kan verwachten van het werkveld, maak het mogelijk om laagdrempelig te proeven aan het vak en probeer zo mensen te vinden die zelf nog niet wisten dat ze in het onderwijs willen werken. In deze gedachten klinkt ook iets anders door. Namelijk: het imago van het werkveld, de werkdruk en de waardering die hiertegenover staat, is niet aanlokkelijk. Het imago dat het vak heeft, kan jongeren afschrikken. Hoge uitstroomcijfers bij opleidingen en mensen die na een paar jaar toch buiten de sector gaan werken, zijn geen goede reclame voor het vakgebied. Het binnenhalen van meer studenten, lost alleen een probleem op als je deze studenten weet vast te houden en goed voorbereid op wat ze te wachten staat voor de klas. Een probleem met een complexe oplossing, waar dus een lange adem voor nodig is. De vraag heeft ook ons aan het denken gezet en wie weet waar wij over vijf jaar werken. Misschien staan we dan zelf wel voor de klas?

AANMELDEN NIEUWSBRIEF

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten.